Faal of rijangst

Faalangst

faal

Faalangst is de angst om te falen, tekort te schieten of om aan bepaalde verwachtingen van jezelf of anderen niet te kunnen voldoen.  Letterlijk betekent faalangst: de angst om te falen. Op zich is ieder mens bang om iets niet goed te doen, dus bang om te falen. 
Wat is er anders aan het faalangstexamen?
Je krijgt een examinator die is getraind in het begeleiden van mensen met faalangst. Er is meer tijd om je op je gemak te stellen. En tijdens de rit kun je om een time-out vragen.
De examinator toetst of je veilig en zelfstandig kunt rijden. En of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers. De examinator let onder andere op:
1. de  beheersing van de auto,
2. kijkgedrag of de cursist goed voorrang verleent
3. inhalen, in- en uitvoegen
4. rijden op kruispunten en rotondes
5. verrichtingen   
Vormen van faalangst.
Faalangst kan, afhankelijk van de aard van een te leveren prestatie of het gedrag waarover men onzeker is allerlei vormen aannemen. Voorbeelden zijn: de angst om te falen bij sportieve prestaties (een sportwedstrijd, gymnastiekles) valt onder motorische faalangst, cognitieve prestaties (huiswerk , proefwerk, rijexamen, een toelatings- of eindexamen) zijn cognitieve faalangst of sociale activiteiten (spreekbeurt, geven van een lezing) sociale faalangst. Ook het eigen uiterlijk, sociaal gedrag of seksuele prestaties kunnen bij volwassenen aanleiding zijn tot faalangst. Extreme vormen van faalangst worden gerekend tot angststoornissenExamenvrees en plankenkoorts kunnen ook als vormen van faalangst worden gezien.
Negatief of positief.  
Faalangst kan soms een negatieve maar soms ook een positieve uitwerking hebben. Bij positieve faalangst helpt de aanwezige angst en de daarbij optredende spanningstoestand juist om beter te functioneren, of zich beter te concentreren dan onder normale condities het geval is.
Positieve faalangst.
De stress of nervositeit vormt hier als het ware een extra prikkel, en werkt daarom dus positief. Ook kan positieve faalangst leiden tot het extra goed voorbereiden op een moeilijke taak of situatie waar men tegenop ziet, zoals bijvoorbeeld een rijexamen.
Negatieve faalangst.
Negatieve faalangst heeft daarentegen een desorganiserend karakter, speciaal in situaties waarin men op de prestaties wordt beoordeeld (examens of taken die als moeilijk worden ervaren). Onder dergelijke omstandigheden gaat ‘irrelevant gedrag’ een hoofdrol spelen: transpireren, uitstelgedrag, gekke gedachten, tobben, trillende handen, slapeloosheid, hartkloppingen, enz. zorgen ervoor dat bijvoorbeeld leerlingen dingen vergeten zijn die ze onder normale omstandigheden wel wisten. Dat noem je een black-out. De hierbij optredende (extreme) stress en angst werken dan negatief. Dit kan zelfs tot een vicieuze cirkel leiden. De faalangstige persoon presteert onder zijn kunnen door de faalangst, waardoor voor hem of haar bevestigd wordt dat hij of zij ‘het inderdaad niet kan’. Hierdoor zal deze persoon opnieuw faalangstig zijn bij de volgende gelegenheid, en zelfs erger omdat het ‘de vorige keer immers ook was mislukt’.
Bijvoorbeeld een tweede, derde of vierde rijexamen.
Het is ook mogelijk dat hij of zij om die reden de test of taak slechter voorbereidt, ‘want ik faal sowieso’. In beide gevallen heeft dit tot resultaat dat de persoon opnieuw kan falen, en de faalangst in stand blijft of nog verder versterkt wordt, zodat de cirkel zich herhaalt.
Realistisch of niet realistisch.
Faalangst kan soms een realistische basis hebben. Zo kunnen veel negatieve ervaringen of mislukkingen de kans op faalangst vergroten. Ook kan in sommige situaties, zoals het optreden voor een groot publiek, veel op het spel staan: denk aan topsporters of bekende artiesten. Een concertpianist kan bang zijn om de partituur te vergeten, een toneelspeler om zijn rol te vergeten. Plankenkoorts kan gezien worden als een specifieke vorm van faalangst die vaak bij podiumkunstenaars zoals toneelspelers, cabaretiers of musici optreedt. Bij onrealistische faalangst is er sprake van een overmatig grote bezorgdheid of angst, die niet in verhouding staat tot de werkelijke kans op falen. Ook kan deze het gevolg zijn van een te hoog streefniveau, te strenge eisen aan zichzelf gesteld, te hooggespannen verwachtingen, of overschatting van de negatieve gevolgen van eventueel falen.
Oorzaken.
Faalangst kan het gevolg zijn van een sterke druk tot presteren in een bepaalde leeromgeving, maar ook van iemands karakter, zoals een gebrek aan zelfvertrouwen of sociale angst. Faalangst kan ook voortkomen uit de eigen innerlijke drang tot het leveren van prestaties, ook wel prestatiemotivatie genoemd. Bij kinderen kan faalangst optreden als een kind niet kan voldoen aan bepaalde eisen van de leerkracht of ouders , of als dezen de capaciteiten van het kind te hoog inschatten.

Informatie aanvragen Proefles aanvragen